De volgende procedures beschrijven hoe u
Gebruik het dialoogvenster Master definiëren om een object een nieuwe naam te geven en een master met die nieuwe naam te maken. Om het dialoogvenster Master definiëren te openen, klikt u op de knop Nieuw in het eigenschappendialoogvenster voor het benoemde object waarop u het nieuwe master wilt baseren.
Het dialoogvenster Master definiëren
Master definiëren op basis van
Het vak Master definiëren op basis van toont de naam van het huidige exemplaar. Het nieuwe master is gebaseerd op de eigenschappen van dit exemplaar. U kunt ook de inhoud en attributen van dit exemplaar naar het nieuwe master kopiëren.
Naam
Typ de naam voor het nieuwe master in het tekstvak Naam.
Eigenschappen en… kopiëren
Wanneer u een nieuw master definieert, kopieert QuickSilver de eigenschappen van het huidige exemplaar naar het nieuwe master. U kunt ook de inhoud en attributen van het huidige exemplaar naar het master kopiëren.
Inhoud
Schakel het selectievakje Inhoud in om de inhoud van het huidige exemplaar naar het nieuwe master te kopiëren.
Initieel: Selecteer de radioknop Initieel om de inhoud van het huidige exemplaar naar het nieuwe master te kopiëren. Initiële inhoud verschijnt in elk exemplaar dat u maakt via het dialoogvenster Maken.
Gedeeld: Selecteer de radioknop Gedeeld om de inhoud van het huidige exemplaar naar het nieuwe master te kopiëren en gedeelde inhoud in het huidige exemplaar en het nieuwe master in te schakelen. Alle exemplaren met gedeelde inhoud geven dezelfde inhoud weer als het nieuwe master.
Attributen: Schakel het selectievakje Attributen in om de attributen van het huidige exemplaar naar het nieuwe master te kopiëren.
Definiëren
Klik op de knop Definiëren om het huidige exemplaar een nieuwe naam te geven en de eigenschappen ervan naar een nieuw master met die naam te kopiëren. Als u Inhoud of Attributen hebt geselecteerd, kopieert QuickSilver ook de inhoud of attributen van het huidige exemplaar naar het nieuwe master.
Wanneer een nieuw master definiëren
Definieer een nieuw master wanneer u meerdere benoemde objecten met dezelfde eigenschappen, inhoud of attributen moet maken.
Zodra u een master hebt gedefinieerd, kunt u Maken kiezen om nieuwe exemplaren te maken. Nieuwe exemplaren hebben dezelfde naam en eigenschappen als het master. Later kunt u de eigenschappen van elk exemplaar afzonderlijk wijzigen, of de eigenschappen van alle exemplaren en het master wijzigen.
Een nieuw master definiëren:
Voorbeeld
Stel dat u een consistent formaat voor de sectiekoppen in uw document wilt gebruiken, maar het is mogelijk dat u dat formaat later moet wijzigen. U kunt de volgende procedure gebruiken.
Maak eerst een exemplaar van een component met eigenschappen die lijken op die van het nieuwe master en selecteer het in de componentbalk. Open vervolgens het dialoogvenster Componenteigenschappen en klik op de knop Nieuw. Typ in het dialoogvenster Master definiëren head:section in het tekstvak Naam en klik op Definiëren. Wijzig tenslotte de lettertypefamilie, tekengrootte en eventuele andere eigenschappen in het dialoogvenster Componenteigenschappen, kies Wijzigingen toepassen op alles in het menu Toepassen en klik op OK.
Later kunt u de eigenschappen van alle head:section-componenten naar behoefte wijzigen.
Inhoud of attributen kopiëren wanneer u een master definieert:
Hoe master-eigenschappen weergeven?
U kunt de eigenschappen van de volgende typen benoemde objecten weergeven: componenten, inlines, frames, tabellen en tabelrijen. U kunt de eigenschappen van één exemplaar of meerdere exemplaren weergeven.
De eigenschappen van één exemplaar weergeven:
De eigenschappen van meerdere exemplaren weergeven:
Master-eigenschappen wijzigen
Wanneer u de eigenschappen van een exemplaar wijzigt, kunt u die wijzigingen toepassen op het huidige exemplaar (Wijzigingen toepassen op huidig), of op alle exemplaren en het master (Wijzigingen toepassen op alles). Als er exemplaren zijn met variante instellingen voor andere eigenschappen die u niet hebt gewijzigd, kunt u ook alle eigenschappen van het huidige exemplaar toepassen op alle exemplaren en het
master (Alle eigenschappen toepassen op alles).
U kiest deze opties in het menu Toepassen op eigenschappendialoogvensters voor benoemde objecten. Deze opties voor Toepassen bieden u de mogelijkheid om consistentie tussen exemplaren te handhaven en de flexibiliteit om uitzonderingen aan te brengen waar nodig.
Wijzigingen toepassen op het huidige exemplaar
Wanneer u wijzigingen alleen op het huidige exemplaar toepast, wordt dat exemplaar variant. Andere exemplaren en het master blijven ongewijzigd.
Wijzigingen toepassen op alle exemplaren en het master
Wanneer u wijzigingen toepast op alle exemplaren en het master, geeft u elk exemplaar en master de nieuwe eigenschappen. Maar de exemplaren behouden alle variante instellingen voor andere eigenschappen die u niet hebt gewijzigd.
Alle eigenschappen toepassen op alle exemplaren en het master
Wanneer u alle eigenschappen van het huidige exemplaar toepast op alle exemplaren en het master, geeft u elk exemplaar en master identieke eigenschappen. Geen exemplaren zijn meer variant.
Wanneer masters verwijderen
Verwijder masters of streams wanneer u geen exemplaren of tokens met die namen in het document hebt en u deze niet opnieuw wilt maken.
Wanneer u een ongebruikt master of stream verwijdert, verwijdert u de naam uit alle lijsten van lokale masters in het document. U kunt niet langer nieuwe exemplaren of tokens met die naam maken en u kunt andere exemplaren of tokens niet langer naar die naam converteren.
De uitzondering hierop is in boeken. In documenten in boeken verschijnt de naam van het master of stream niet langer in lokale lijsten, maar u kunt nog steeds nieuwe exemplaren of tokens maken van een catalogus die dat master of stream exporteert.
Als u het master uit het boek wilt verwijderen, verwijdert u het uit de catalogus.
Geselecteerde masters of streams verwijderen:
Alle ongebruikte masters en streams verwijderen: