Elk tekstdocument bestaat uit inhoud en opmaak. Het doel van documentvertaling is het creëren van een document in de doeltaal dat zowel inhoudelijk als qua opmaak gelijkwaardig is aan het brondocument. Het documentvertalingsproces kent daarom twee hoofdsubprocessen: inhoudsvertaling en opmaakaanpassingen. Inhoudsvertaling moet worden uitgevoerd door moedertaalsprekers van de doeltaal – en omdat dit voor de meeste mensen duidelijk is, gebeurt dit over het algemeen ook.
De situatie is anders bij opmaakaanpassingen. Moderne vertaalhulpmiddelen zijn zo goed geworden in het extraheren van vertaalbare tekstgedeelten uit brondocumenten en het beschermen van niet-vertaalbare opmaakelementendat deze opmaakaanpassingen mogelijk niet eens nodig zijn. Dit is typisch het geval voor de vertaling van webformaten zoals HTML of XML. Omdat webopmaak vrij dynamisch is en een groot deel van de presentatie door de webbrowser wordt bepaald, volstaat het doorgaans om eenvoudig de brontekst door de doeltekst te vervangen. Als het doel is om vertaalde gedrukte documenten te produceren, moet de vertaalde tekst echter vaak in een voorafbepaalde, vaste opmaak worden geplaatst. Vanwege tijdsbeperkingen, kostenoverweging of andere logistieke factoren worden desktoppublishers regelmatig geconfronteerd met de taak om een document op te maken waarvan zij geen enkel woord kunnen lezen.
Hoewel men deze situatie als een schending van best practices kan betreuren, komt het vaak genoeg voor om het als integraal onderdeel van het vertalingsproces te behandelen. Daarom zijn ondersteuningsmateriaal nodig om niet-lezers bij hun opmaakaanpassingstaken te helpen.
In dit artikel richten we ons op het Japans. De eerste zorg van een desktoppublisher betreft de tekstrichting. Zoals veel mensen weten, worden Japanse boeken traditioneel van rechts naar links gelezen in een top-naar-beneden kolomindeling, maar wetenschappelijke en technische publicaties, inclusief gebruikshandleidingen voor hardware en software, worden altijd van links naar rechts geschreven in dezelfde indeling als Engelse documenten. Het internet lijkt dit formaat nog verder te verspreiden. Daarom moet bij de vertaling van Engelstalige technische documentatie naar het Japans de brontekst eenvoudig door het Japans worden vervangen en moet de documentopmaak ongewijzigd blijven.
Als de ruimte in gedrukte documentatie beperkt is, is het vaak nodig om regelafbrekingen handmatig aan te passen. Voor niet-lezers ziet Japanse tekst op het eerste gezicht ontmoedigend uit, omdat woorden vaak niet door spaties worden gescheiden. Het geschreven Japans heeft echter een aantal oppervlaktekarakters die nuttige aanwijzingen kunnen geven.
Ten eerste gebruiken Japanners leestekens om zinnen [punt], bijzinnen (komma) en aanvoegingen [haakjes] af te bakenen. Net als in het Engels is het altijd veilig om een regelafbreking in te voegen na een punt, komma of sluitend haakje, of voor een openend haakje. Wanneer vreemde woorden in Japans schrift worden geschreven, worden spaties aangegeven met het ' teken of een spatie van één byte. Een regelafbreking onmiddellijk na dit puntkarakters of de spatie is aanvaardbaar.
Het Japanse schriftsysteem maakt gebruik van drie verschillende karaktersetsen, elk voor een specifiek doel. Chinese karakters genaamd kanji worden gebruikt om concepten of woordbetekenissen over te brengen: het zijn logografische symbolen. Kanji dragen dus de belangrijkste betekenis van Japanse teksten. Kanji zijn vrij gemakkelijk te herkennen, omdat de meeste van deze symbolen behoorlijk ingewikkeld ogen. Omdat het Japans honderden kanji gebruikt, is een volledige lijst onpraktisch.
Hiragana zijn symbolen van Japanse oorsprong die een lettergreepschrift vormen. Dit betekent dat, net als Engelse letters, elk symbool voor een spraakklanken staat in plaats van voor een woordbetekenis. Echter, terwijl Engelse letters over het algemeen een enkele klanken vertegenwoordigen, vertegenwoordigen hiragana een volledige lettergreep.
Hiragana worden gebruikt om grammaticale informatie weer te geven – dat wil zeggen, ze komen ruwweg overeen met voorzetels, voegwoorden en soortgelijke functiewoorden in het Engels. Hiragana zijn doorgaans aan het einde van een woord bevestigd – dat wil zeggen, hiragana vormen doorgaans een eenheid met voorafgaande kanji.
Katakana worden gebruikt voor het schrijven van vreemde woorden en namen. In sommige gevallen, zoals bij productnamen of volledige namen, maakt het Japans ook gebruik van Westerse schriften, en Arabische cijfers worden in het Japans net zo veel gebruikt als in het Engels.
Aangezien deze vrij gemakkelijk onderscheidbare symbolensets voor zulke verschillende doeleinden worden gebruikt, is het mogelijk om nuttige generalisaties te maken voor basale opmaakaanpassingen.